menu

ELISABETH

 

IJzeren Groninger tjalk, lengte 23,20m, breedte 4,75m; 128 ton; gebouwd in 1903 te Hoogeveen op de werf R. Eikelboom.

 

Tjalk is een verzamelnaam voor vele schepen met kromme stevens, rond voor- en achterschip met naar binnen vallend boeisel boven de vaak forse berghouten en aangehangen roer. Het is een van oorsprong in hout en later ook in ijzer en staal gebouwd scheepstype. Naar type, vaargebied en afkomst, onderscheidt men gewone, hek-, paviljoen-, kof- en zeetjalk, beurtschip, Groninger tjalk, skûtsje (Friesland), paviljoenschuit (Hollandse IJsselgebied). De mast is vast voor de zeevaart en strijkend op bokkepoten of met contragewicht voor de binnenvaart. Aanvankelijk had het grootzeil uitsluitend een grote gaffel of een spriet, maar vanaf de negentiende eeuw heeft het zeilplan ook een giek.

 

Deze typische, forse Groninger tjalk ging met de naam ‘Exelsior’ te water, en heette later ‘VIOS’ (afkorting van o.a. Varen Is Ons Stiel, Vriendschap Is Ons Streven of Vrede Is Ons Streven) en ‘Harjo’. Het schip vervoerde vooral grond in het Noordoosten van het land. Er werd een Kromhout tweecylinder diesel ingebouwd en later een Volvo Titan. Als ‘Harjo’ is het schip 6 meter verlengd en voer het als motorvrachtschip. De verlenging is er weer uitgehaald toen het schip gerestaureerd werd en ‘Elisabeth’ gedoopt werd. Het oorspronkelijk houten roer is vervangen door een stalen roer.